Financiële onderbouwing plan - BBXApps Blog - BBXApps Excel apps voor ondernemers, informals en ZZP´ers

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Financiële onderbouwing plan

Gepubliceerd door in BusinessPlan ·

Financiële onderbouwing .

Inleiding.                                         

Een essentieel onderdeel van een business plan is de financiële onderbouwing.  Voor mensen, die weinig affiniteit hebben met de cijfers is het verstandig om deze financiële onderbouwing te laten controleren door een expert.
Het is wel belangrijk, dat je de cijfers begrijpt en kunt toelichten.



Het plan.                                                                             

Een business plan maak je in eerste instantie voor jezelf.  Door dit plan te maken krijg je meer inzicht in de business en hoe dit z’n effect heeft op de cijfers.
De financiële onderbouwing van het plan bestaat in basis uit drie onderdelen.
De verlies en winst rekening, de balans en de kasstroom.  Deze drie verschillende opstelling ook echt aan te laten sluiten aan elkaar is niet echt eenvoudig.  Hier kan een deskundige je helpen. (accountant).
Laat hier gezegd zijn, dat een goed inzicht in de cijfers belangrijker is, dan dat het tot achter de komma klopt.


De resultatenrekening.                                
                   

De resultatenrekening of verlies- en winstrekening (V&W) is de meest bekende cijfermatige opzet. (Eng.  Profit and Loss account P&L).
Deze opstelling geeft een overzicht over een bepaalde periode.
Heel kort, wordt hier weergegeven wat in de beschreven periode (week, maand, kwartaal, jaar) de baten en lasten zijn.  Door deze twee getallen van elkaar af te trekken krijgt men de winst (of het verlies) in de beschreven periode.  Zowel de baten als de lasten zijn naar behoefte op te splitsen in verschillende posten.  Het wezen van de opstelling verandert hierdoor niet.
Deze opstelling wordt door ondernemers vaak als het meest belangrijk ervaren.


De balans.                                                         
In tegenstelling tot de resultatenrekening geeft deze cijfermatige opbouw geen beschrijving van een bepaalde periode, maar beschrijft de toestand op een bepaald moment.  Zoals bij een resultatenrekening altijd vermeld dient te worden over welke periode het gaat, dient voor een balans opgegeven te worden welk moment beschreven wordt.
Zo is een "ultimo" balans, een beschrijving van het einde van de periode.
(Ultimo 2013 wil zeggen de balans van 31/12/2013).
Een balans bestaat uit bezittingen en schulden, waarbij de schulden altijd gelijk dienen te zijn aan de bezittingen. (vandaar balans).
Ook hier kunnen de verschillende posten naar behoefte worden gedetailleerd.



De kasstroom.                                            

De kasstroom (Eng CashFlow) is een opstelling, waarbij uitsluitend gekeken wordt naar de verschillende geldstromen.  
Deze opstelling is wezenlijk anders dan de resultatenrekening.
In de resultatenrekening vind je bijvoorbeeld een post "afschrijvingen".  Dit zijn wel lasten, maar dit geld wordt (nog) niet uitgegeven en vind je dus niet in de kasstroom.  Een investering vind je weer wel in de kasstroom ( het geld wordt echt uitgegeven), maar niet in de V&W (de lasten van de investering zijn de afschrijvingen).


Wat is belangrijk?

Zonder nu in detail in te gaan op de verschillende opstellingen kan je de vraag stellen, wat nu eigenlijk het nut is van deze opstellingen en wat nu echt belangrijk is.  In de volgende alinea’s wordt aangegeven welke afwegingen gemaakt kunnen worden.


Keep it simple.                                           
     

Je kan natuurlijk alle drie de verschillende opstellingen gedetailleerd bij gaan houden.  Vraag is alleen of dit verstandig is.  De meeste ondernemers zijn geen boekhouders en vinden dit heel vervelend werk (zoveel als mogelijk beperken dus).  Daarnaast loop je het grote risico. Dat door de geweldige berg aan cijfers je het overzicht kwijt raakt.
Deze beide afwegingen gelden natuurlijk voor jezelf, maar ook voor anderen, die om welke reden dan ook het plan te lezen krijgen.
Het is daarom belangrijk je af te vragen wat het doel is van het plan.
Hieronder worden een aantal voorbeelden beschreven.




Controle voor startende ondernemer.           
     

Een business plan wordt vaak ook gebruikt als stuur middel van de startende onderneming. (je wil weten of het plan dat je gemaakt hebt ook daadwerkelijk uit gaat komen.)
Het is dan verstandig om de eerste periode uit het plan te halen en dit te gebruiken. (bijvoorbeeld de komende 12 maanden).
Al snel zal je merken, dat voor de dagelijkse aansturing de balans geen of heel weinig informatie geeft.  Deze balans bijhouden kost tijd, inspanning en weinig info.  Niet doen dus.
Het bijhouden van een resultatenrekening vraagt het nadenken over hoe je afschrijft (en of je dit wel moet doen), belastingen (BTW, loonheffing, Vennootschapsbelasting enz.), eventuele reserveringen enz.  Allemaal erg ingewikkeld (je wilt gewoon ondernemen !).
Daarom lijkt het verstandig in de startfase alleen de kasstromen bij te houden (prognose tegen realiteit).  Naast dat dit niet erg ingewikkeld is, geeft dit je de meeste informatie om bij te kunnen sturen (inschattingen te hoog / laag enz.).
Als je alle financiële transacties over één en dezelfde bankrekening laat lopen, krijg je automatisch de realisatie gerapporteerd.
Handig is het om te rubriceren (inkomsten in verschillende posten en uitgaven in verschillende posten).
Zorg er hierbij voor, dat de opdeling zinnig is.  
Voorbeeld.
Je hebt met de bank een raamcontract afgesloten, waarbij een auto en een heftruck in een soort lease vorm zijn ondergebracht en computers en randapparatuur over 3 jaren wordt afbetaald.
Dit zijn 3 verschillende kostenposten ( autokosten, logistieke kosten en kantoorkosten).
Dit opdelen in deze drie verschillende posten kost extra tijd en levert je geen extra informatie op.  In de kasstroom dit als 1 post opnemen lijkt daarom verstandig.




Opstelling voor de bank.                         

Als het business plan klaar is, is het verstandig hier een keer naar te kijken met de ogen van de bank.
De bank wil graag zien hoeveel geld nodig is en wanneer (uit de kasstromen), maar ook wanneer het bedrijf winstgevend zal zijn (uit de V&W).
Tot slot ziet de bank graag een opstelling, waaruit afgelezen kan worden, wat er van de bank verwacht wordt (de kredietlijn in de tijd) en welke zekerheden hier tegenover staan (voorraden, debiteuren, vaste activa, onroerend goed enz.).
Door deze opstelling te maken kan je vooraf voorspellen wat de reactie van de bank zal zijn.  (zonder zekerheden geen krediet).
Houd er rekening mee, dat ook de bank weet, dat ieder plan valt of staat met de kwaliteit van de voorspellingen die in het plan zitten.  (verklaring waar de toekomstige omzet vandaan komt is het minste)


Opstelling voor de investeerder.             
      

In tegenstelling tot de bank, zijn investeerders vaak nauwelijks geïnteresseerd in zekerheden.  Zij leveren risico vermogen en zijn zich (dus) bewust van de risico’s.
Een investeerder ziet graag een goed uitgewerkte kasstroom prognose met daarin de zgn. vrije kasstromen.  Hiermee zal hij/zij kunnen bepalen of er daadwerkelijk meerwaarde wordt gecreëerd en hoeveel.  Dit geeft een indruk van het te verwachte rendement op het geïnvesteerd vermogen (reken dit niet zelf uit !!  Geeft alleen maar discussie over methodes, die voor het wel of niet investeren niet relevant zijn).
Natuurlijk is ook een investeerder geïnteresseerd in de kwaliteit van het plan.  Hoe goed is de onderbouwing?  Is er al omzet?  Is er een launching customer?


Hans Bertram




Copyright 2016. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu